advertentie

woensdag 10 februari 2010

United Change 3

Boeken vol zijn er ondertussen bij elkaar gedebatteerd over de tuinbouwcrisis op Foodlog.nl en er is zelfs een offline-bijeenkomst geweest. Mooi, want daar kan ik nu weer op voortborduren.

Vertrouwen hebben in het mogelijk maken van een onmogelijke droom is de basis. Dan de boodschap om vooral pragmatisch te werk te gaan en de zaken dus stap voor stap aan te pakken. En nu zijn we aanbeland bij de volgende tip van prinses Mabel tijdens haar presentatie op TEDxAmsterdam:

‘Iedereen kan het verschil maken, maar niemand kan het in zijn eentje’.

Logisch zou je zeggen, maar waar beginnen we? Gaan we zitten wachten om iets te doen totdat we het eens zijn en gaan we daarna het verschil pas maken? Of gaan we in kleinere coalities van gelijkgestemden beginnen met het verschil te maken? Zodat we later de initiatieven die boven komen drijven van een groter draagvlak gaan voorzien en in een bredere context plaatsen. Gezien de grote verdeeldheid die er heerst binnen de tuinbouw zou ik kiezen voor de laatste optie.

Vorige week heb ik op de Foodlog-bijeenkomst een aanzet voor een plan gepresenteerd, waarvan het resultaat moet zijn om meer grip op de markt te kunnen krijgen door o.a. meer contact met de consument. Nu is de volgende stap om voor dit concept een aantal kritische meedenkers te vinden die het plan mee vorm willen gaan geven. Gelukkig heb ik van een aantal cruciale mensen uit allerlei geledingen van de keten al steunbetuigingen gekregen. Wanneer het idee een plek kan krijgen in de bredere en breed gedragen context dan zou de regiefunctie over onze producten zomaar ineens weer kunnen komen te liggen waar die hoort.

Bij de producent? Nee, niet alleen bij de producent, ik zou liever zien dat de producent zich daarbij gesteund gaat zien worden door de consument. Over alle tussenschakels heen de consument erbij betrekken en daar vrienden mee worden. De consument is de enige schakel in de keten die werkelijk in staat is om te bepalen of de belofte die een product of een assortiment van producten doet, ook waargemaakt wordt.

De visie die vaak te berde gebracht wordt dat we de consument alleen maar kunnen bereiken via de oppermachtige supermarkt is dan achterhaald. De supermarkt zal een logistieke dienstverlener tussen producent en consument blijven. Echter, de ‘macht’ is dan niet meer in handen van enkele inkopers, maar verschoven naar een groot contingent Europese consumenten.

Een onmogelijke droom? Mooi zo! Of willen we het verschil niet gaan maken?

zaterdag 9 januari 2010

United Change 2

Samenwerken, meer doen aan duurzaamheid en innoveren is zo’n beetje de boodschap die premier Balkenende op de nieuwjaarsreceptie van PT als boodschap aan de tuinbouw had. Het komt dus aan op zelfredzaamheid. Interessante uitdaging, dat wel. Ik ben alvast blij dat we de tips van prinses Mabel nog hebben, vandaag deel 2:

Ga pragmatisch te werk, dus gericht op nut en bruikbaarheid, maar doe het stap voor stap.

Welke ‘onmogelijke droom’ zullen we tot werkelijkheid gaan maken? In het Tuinders Titanic debat heb ik het idee geopperd om door middel van kwaliteitsinnovatie tot een oplossing te komen. Enerzijds realiseren we daarmee een sanering van de totale producthoeveelheid. Anderzijds komen we tot kwaliteitsverbetering die beter aansluit bij de behoeften van de consument. De focus op smaak vind ik daarbij de belangrijkste.

Als we onszelf de verplichting op zouden leggen om alleen nog maar lekker smakende rassen te telen, dan kunnen we naar schatting al een productievermindering van 15 tot 20% realiseren. Simpelweg omdat de lekkerste rassen meestal ook de minder productieve zijn. Behalve dat we dan iets hebben gedaan aan de overproductie, is er dan ook een mooie basis om iets te gaan doen aan de onderconsumptie.

Laten we om te beginnen een smaakcommissie instellen, bestaande uit volledig onafhankelijke smaakgoeroe’s, zoals culinair journalisten en andere smaakdeskundigen. Zij gaan beoordelen welke rassen de toets der kritiek kunnen weerstaan. De dynamische rassenlijst die er ontstaat en de taken, bevoegdheden en samenstelling van de smaakcommissie zouden we kunnen vaststellen door middel van een verordening van Productschap Tuinbouw.

Het belang van smaak als kwaliteitscriterium wordt hiermee afgedwongen. De rest van de keten, van zaadbedrijven tot en met onze logistieke dienstverleners, moet hierdoor ook meewerken zodat we binnen 3 jaar volledig kunnen zijn overgeschakeld op smaakvollere rassen. Om een en ander in gang te zetten moet er een stimulerende overgangsregeling komen voor degenen die de hete kolen uit het vuur halen.

De overheid zou een smaakinvesteringsbijdrage kunnen verstrekken of een extra borgstellingsfonds op kunnen richten. De banken zouden een lager rentetarief kunnen berekenen en het PT zou er voor kunnen zorgen dat GMO gelden, zolang die er nog zijn, gebruikt worden om deze kwaliteitsslag te financieren.

De band met de consument gaan we aanhalen door een ik-heb-niks-te-verbergen-logo, missionaristelers, tv-programma’s zoals van Rob en Rudolph, freepublicity die je vanzelf krijgt als je goeie producten hebt, Kom in de Kas, maar dan meer productgericht en minder techniekgericht, smaaklessen op scholen en sociale media.

Waarom zou het niet werken? Of waarom en hoe dan wel?

vrijdag 4 december 2009

United Change 1

Het was een woordspeling van prinses Mabel van Oranje tijdens haar verhaal bij TEDxAmsterdam over het creëren van grote doorbraken. Al dan niet per ongeluk sloeg ze de spijker op zijn kop door United States te verhaspelen tot United Change. De wereld veranderen kun je immers niet alleen. TEDxAmsterdam was een conferentie waar een groot aantal sprekers hun “ideas worth spreading” mochten delen met het publiek en nog duizenden andere belangstellenden die niet meer in de uitpuilende zaal pasten. Vanwege een klein filmrolletje als ondersteuning van het verhaal van professor Marcel Dicke over het eten van insecten mocht ik ook aanwezig zijn.

Prinses Mabels uitermate boeiende TED-talk ging over de heel grote vraagstukken, zoals oorlog, armoede, klimaat en mensenrechten. Daarbij noemde ze 5 thema’s die van groot belang zijn voor het oplossen van dit soort immense wereldomvattende problemen.

Achtereenvolgens noemde Mabel de volgende thema’s:

  1. Het allerbelangrijkste: je moet er absoluut in geloven dat het onmogelijke uiteindelijk mogelijk is.
  2. Ga pragmatisch te werk, dus doe het stap voor stap en verlies de werkbaarheid in de praktijk niet uit het oog.
  3. Je kunt allemaal het verschil maken, maar niemand kan het grote probleem alleen oplossen.
  4. Leiderschap, waarbij onderscheid is tussen de formele leiders, de vroegere leiders en de informele leiders
  5. En de moeilijkste wellicht: geduld

Het verhaal van de prinses heeft me niet meer losgelaten, want ik denk dat ook de lange termijn aanpak voor de tuinbouw zo aangepakt moet worden. Aangezien deze blog te kort is om alle punten aan de orde te laten komen zal dit een serie worden. Vandaag deel 1.

Heb een rotsvast geloof dat het onmogelijke uiteindelijk toch mogelijk is!

Welke “onmogelijke” toekomst ziet onze sector eigenlijk? Probeer dat maar eens te formuleren in de vorm van: “Zou het niet fantastisch zijn als….” Alleen maar dromen van een hogere prijs is te kort door de bocht. De prijs is immers de resultante van vraag en aanbod, maar bijvoorbeeld ook van gunnen en fatsoen. Emotionele eigenschappen van producten kunnen de prijs ook beïnvloeden, zoals de maatschappelijke status van een product of sector. Reputatie en beleving spelen net als uiterlijke kwaliteitskenmerken een rol hierbij.

Zou het bijvoorbeeld niet fantastisch zijn:

  1. Als de consumptie van groenten en fruit in welke vorm dan ook, in 2020 is verdubbeld.
  2. Als vers weer opnieuw wordt uitgevonden waardoor vers in nieuwe vormen aangeboden wordt en het eenvoudiger is om verre bestemmingen te bereiken en continu te beleveren.
  3. Als we daardoor ook een substantiële bijdrage kunnen leveren aan het voedselvraagstuk in verband met de sterk groeiende wereldbevolking.
  4. Als het aanbod maximaal kan worden afgestemd op de vraag. Waarbij in tijden van overproductie op de verkeerde plaats en op het verkeerde moment deze overproductie tot rechtvaardige waarde kan worden gebracht, zoals vermeld onder droom 2.
  5. Als het sectoroverschrijdende bedrijfsleven een schat aan niet-uitwisselbare en onderscheidende groenten en fruit merkconcepten ontwikkelt. Met daarbij een rechtvaardige verdeling van de lusten en lasten.

Van welke “onmogelijke droom” zou u het zo fantastisch vinden als die werkelijkheid wordt?

Als we er zelf niet in geloven, wie zal dan in ons geloven?

dinsdag 3 november 2009

Krak

Sprinkhanen, meelwormen en buffelwormen heb ik vorige week mogen eten. Je kon er niet omheen, ze zaten in alle gerechten die we kregen voorgeschoteld. Gewokt met groenten, verstopt in de gehaktballetjes en bovenop de quiches die als borrelhap geserveerd werden. Zelfs bij een achteloos achterovergedrukte bonbon die binnen graaibereik lag ging het van “krak”, meelwormen dus.

Syntens was de organisator van het evenement Proeven van Creativiteit, waarbij o.a. 12 teams van ondernemers en ontwerpers met elkaar de strijd aangingen voor de Design Pressure Cooker. In één dag tijd een compleet concept uit de grond stampen was de bedoeling. Enthousiast waren de deelnemers met elkaar aan de slag met hun vaak op het oog en qua smaak niet bijzondere basisproducten. Maar om hun product echter zó te verpakken en er vooral een zichzelf verkopende beleving rond te creëren, dat was de uitdaging waarvoor iedere deelnemer zich gesteld zag staan. Interessante concepten met paddenstoelen, kamelenmelk en de winnende jetlag-voorkomende vliegtuigvoeding –ja het schijnt te kunnen- zagen het levenslicht.

De volgende dag zat ik ’s morgens om 11 uur alweer aan de oesters met Zeeuwierjenever, van bij elkaar getwitterde collega-ondernemers met een belevingsproduct. Zeewier met een u ertussen, want bedacht door de twitterkampioen het Zeeuwse Meisje van de Slijterij. Eerst sloeber je een oester naar binnen en om hem toch een beetje thuis te laten voelen in je buik verdrink je hem in de jenever van zeewier. Voor deze gelegenheid was de jenever natuurlijk geserveerd in de lege oesterschelp. Lekker joh!!

Een oester is niet bepaald het knapste beest wat je bij de visboer zult aantreffen en zeewier is zo’n beetje het onkruid van de zee. Van die insecten zou je over de nek kunnen gaan, alleen al als je er aan denkt ze te moeten eten. En toch at iedereen volop en met smaak van die insectenhapjes en als de oesterman op feestjes rondloopt is het altijd een daverend succes.

Volgens mij zit het geheim in een stuk spanning en stoerheid dat die producten teweegbrengen. Maar ook het smeuïge verhaal erachter en de authenticiteit.

Groenten en fruit missen die spanning, het is niet stoer om aan een prei te zuigen en authenticiteit is ook schaars in het AGF-schap. Echt smeuïg kun je de verhalen over voedselveiligheid, energiebesparing en computergestuurde teelt nou ook niet echt noemen. Daar verleid je in ieder geval geen consumenten mee.

Kunnen we die 900.000 euro die het Productschap Tuinbouw uittrekt om te gaan verbrassen aan het volschrijven van een paar marktonderzoekrapporten niet beter besteden? Bijvoorbeeld aan het ondersteunen van individuele ondernemers in de tuinbouw voor het creëren van spannende, stoere en authentieke maar uitrolbare concepten met een smeuïg verhaal.

dinsdag 29 september 2009

Appel met trekdrop

Ze vraten het decor mee op. We hadden de Voedsel Doe Actie van Pierre Wind nog zó goed voorbereid dachten we. Vanwege de Week van de Smaak had Pierre het hele ADO Stadion afgehuurd om kinderen van het basisonderwijs wat wetenswaardigheden over voedsel bij te spijkeren. De eerste 5 minuten ging het nog goed, maar daarna was de beer los. Onder begeleiding van ouders, juffen en meesters doken ze bovenop alles wat binnen grijpbereik lag. Toen de 3500 aardbeien na anderhalf uur al op waren moesten zelfs de lekker met aardbeien te combineren citroenen het ontgelden. De educatieve doelstelling hadden we dan ook maar snel laten varen.

De peenjongens uit Flevoland hadden het slimmer aangepakt. Zij hadden de peen aan hun haren opgehangen zodat er peengehapt kon worden als variant op het koekhappen. Dat was echt feest. Ook de vele soorten tomaten deden het goed, ook daar werd het decor vrijwel geheel mee opgegeten. Kun je het jezelf voorstellen? Kinderen die helemaal uit hun dak gaan bij het mogen proeven van aardbeien-paprika-chutney en bij het proeven van plantjes met een batterijsmaak? Eerder die week was Pierre Wind bij ons in Oirschot en daar konden ze zich de buikpijn eten aan appelsateetjes, gesopt in gesmolten trekdrop. Ze vonden het allemaal heerlijk en verdrongen zich bij de mobiele keuken waar Pierre zich druk stond te maken.

Dat allemaal in schril contrast met veel lust-ik-niet-kinderen aan de eettafel en jengelende kinderen in de supermarkt. Daar staan groenten en fruit toch iets minder in de belangstelling van de jeugd. Het groenteschap loopt ook niet direct over van het element FUN en dat lijkt toch een grote kans te zijn om kinderen aan gezond eten te krijgen.
Hoe kunnen we groenten en fruit meer FUNgehalte meegeven? Denk eens mee!

donderdag 27 augustus 2009

Energie voor mens en ijzeren paard


Ere wie ere toekomt. In een reactie op een artikel over de WKK kwam Pim Molenaar met de suggestie om de energie die Nederlandse kassen overhouden te benutten door er elektrische auto’s op te laten rijden. Er rijden nu weliswaar nog weinig elektrische auto’s rond, maar dat gaat ongetwijfeld veranderen. De fossiele brandstoffen raken een keer op en de overheid gaat het gebruik van elektrische auto’s meer en meer stimuleren. Zo gaan er sterke geruchten dat de regering op Prinsjesdag bekendmaakt dat de bijtelling voor elektrische auto’s voor de eerste twee jaar gaat vervallen. Deze auto’s zijn nu al vrijgesteld van BPM.

Een superkans voor de Nederlandse glastuinbouw en een gigasprong op het gebied van duurzaamheid. Mooier kan het toch niet zijn, dat je tegelijkertijd energie produceert in de vorm van voedsel en aan de andere kant de milieuvriendelijke mobiliteit stimuleert.

Ik denk dat een soort eigen energiemaatschappij dan geen overbodige luxe is. Laat er bovendien de Shell’s en de Esso’s vanaf blijven en hou de regie in eigen hand. De glastuinders hebben de energiebronnen en bovendien zijn dat er relatief veel in gebieden waar ook veel mensen wonen en veel auto’s rijden.

Wellicht kan het concept samen met een fabrikant van elektrische auto’s worden ontwikkeld. Auto’s met een komkommer- of een auberginelook of een makkelijk te parkeren (au)tomaatje voor het stadsverkeer. Waarom zou het wél kunnen en hoe zou het dan aan de steel gestoken moeten worden?

zaterdag 25 juli 2009

Sterk Merk of Marketingleugen?

Aanbodsbundeling en eigen winkels? Och, het zal incidenteel hier en daar best wat pijntjes kunnen verzachten. Maar of het gezwel er door zal verdwijnen, ik denk het niet. We hebben andere bondgenoten nodig dan alleen maar elkaar. De bondgenoot bij uitstek is de consument en dan met name de “zeur- en complimentenconsument”. Consumenten hebben we nodig die de agf-chefs en groenteboeren stapelgek maken. “Waar blijven die tomaten toch van Pietje Solanum” of “de vorige keer had u de courgettes van Zelda Zucchini, die waren zo heerlijk, waarom heeft u die niet meer?”

Wat we dus vooral nodig hebben is sterke merken. Geen oude wijn in nieuwe zakken, zoals gewone doordeweekse aardbeien in een andere verpakking, of doorsnee komkommers in een drie maten te grote condoom. Nee, authentieke producten moeten we hebben en meer diversiteit. Niet nog meer van dezelfde en steeds goedkopere eenheidsworst. Producten moeten er komen waar je fans voor kunt krijgen. Fans die mailtjes sturen om te vragen waar je product toch te koop is en die je feedback geven als ze het product gekocht hebben. En die coole producten kunnen best in grote volumes gemaakt worden. Nee, dat zal ook wel moeten om aan de vraag te kunnen voldoen.

Hyves-sites zullen er worden aangemaakt, YouTube filmpjes gaan de wereld rond en de culinaire pers zal er van smullen. Goeie producten worden beloond met actieve netwerken van fans en professionele ambassadeurs. Free publicity ligt aan onze voeten. Weg met die sleets geworden anonieme commodity producten. Kom op, waar wachten we nog op?